Het Vuur Element: essentie is manifestatie

De Vuurfase van een mensenleven wordt gekenmerkt door de adolescentie fase. Na de conceptie (Water fase) en snelle groei en ontwikkeling in de jonge kinderjaren (Houtfase) is de Vuurfase de tijd waarin explosieve groei en transformatie tot een piek komen: het lichaam verandert sterk en krijgt de vorm die bedoeld is. Het aardse materiële lichaam is “af”  is gemanifesteerd. 

Meisjes krijgen borsten en worden ongesteld: ze zijn “rijp” (lichamelijk vervolmaakt) om zich voort te planten. Zowel jongens als meisjes krijgen schaamhaar, de hormonen gieren door het lijf de die seksuele ontwikkeling aandrijven en het lichamelijke verlangen. Ook in de relationele en sociale sfeer verandert er veel. In de adolescentie fase worden vaak vriendschappen voor het leven gesmeed en beleven mensen hun eerste liefde : DE emotie van het hart.

Verlangen is HET sleutelwoord in het Vuur element: verlangen naar zelfstandigheid, naar iemand die je begrijpt, hoort, ziet en voelt, verlangen naar vrede en sociale veiligheid en gerechtigheid, verlangen naar liefde, naar kennis, naar sex, naar vrijheid,  naar de zin van het leven en naar helemaal jezelf zijn. Dat wat erin zit aan potentieel komt eruit en wordt gemanifesteerd.

Verlangen om emotioneel te groeien is kenmerkend voor Vuur omdat het onze geest laat groeien: ontwikkeling van de geest en de “spirit” leidt tot transcendentie, de spirituele eigenschap van Vuur.

Transcendentie leidt ons naar het hoogste niveau van inzicht en “gewaar zijn”. Wanneer we uitstijgen boven onze aardse “ik” dan smelten we samen met de goddelijke krachten van de schepping en begrijpen we in een flits het hele leven zonder dat we het kunnen uitleggen.

Wanneer iets verbrandt ontstijgt het op een gegeven moment zijn materiële vorm en transformeert het in lucht, as en rook. Een “brandende” geest wordt bevrijdt van de aardse beperkingen en wordt goddelijk.

Denk aan sterk gelovig iemand die helemaal kan opgaan in gebed, of aan het samensmelten tijdens het hoogtepunt van seks, of de trance van een sjamaan die om het Vuur danst: het zij allemaal voorbeelden van transcendentie, het ontstijgen van het aardse en het verbinden met het goddelijke.

Vuur energie is de energie van de connectie, van de verbinding. We openen ons hart en zoeken overeenkomsten bij de ander, we zoeken dezelfde ervaringen en verlangens en leren dat we niet veel van elkaar verschillen.

In verbinding weten en voelen we wat de ander beweegt of raakt, we herkennen gevoelens, lachen om dezelfde mop, genieten van gemeenschappelijke zaken, van kunst, cultuur, muziek, we laten ons raken door een blik van de ander en we werken samen om doelen te bereiken.

Vuur energie gaat om openheid, eerlijkheid, kwetsbaarheid, jezelf laten zien en laten kennen. Vuur energie stoomt in openheid, hart-elijkheid, spontaniteit en geborgenheid. We kunnen ons pas echt verbinden met de ander als ons eigen individuatie proces (Hout energie) voltooid is. Wie ben ik? Wat wil ik? Wat heb ik te bieden? Wat maakt mij authentiek?

Als je niet weet wie je zelf bent kun je dat ook niet met de ander delen. Een voltooid individuatie proces geeft zelfbewustzijn en resulteert in ware liefde: romantische liefde, liefde voor familie en vrienden en liefde voor andere wezens die deze ervaringen delen.

In  relaties tussen mensen is de Vuur energie altijd betrokken: alleen vanuit verlangen om te verbinden met de ander kunnen hechte en diepe relaties vorm krijgen. Vuur is het verlangen naar eenheid die ons ertoe drijft om contact te maken met anderen.

Het orgaan dat bij het Vuur element hoort is het Hart. Ons hart is nauw verbonden met liefde en relaties. Zonder ons hart zijn we niet in staat om (intieme) relaties met anderen aan te gaan. In ons hart zoeken en verlangen we naar eenheid, met ons zelf, met de ander, met de wereld. Hoe meer vreugde we in ons hart voelen, des te meer dat uitstraalt naar de wereld om ons heen. Net zoals Vuur dat zich verspreidt als je het onbelemmerd laat branden.

In de Chinese Geneeskunde wordt het Hart gezien als het “huis” waar de liefde en de geest wonen. Wanneer ons hart gevoed is met liefde komt de geest tot rust en voelen we ons tevreden en geliefd. Wanneer ons hart geen liefde kent en afgesloten is ontstaat er “Emptyness of heart” oftewel: leegte in het hart. Onze ziel vindt dan geen warme rustplaats in ons hart en gaat dwalen door het lichaam. Dit ervaren we fysiek als onrust en slapeloosheid en mentaal emotioneel als ontevredenheid.

Ons hart geeft ook liefde en ontvangt liefde. Wanneer we ons Hart openstellen voor de ander is dit het meest intieme wat je met elkaar beleeft. Het is een teken van het allergrootste vertrouwen dat je in de ander stelt. We kunnen daarin ook tot op het diepste niveau geraakt en gekwetst worden: ons vertrouwen wordt beschaamd waardoor het Hart zich sluit.

Ons Hart is daarom ons meest kwetsbare orgaan: het moet openstaan om te ontvangen wat het nodig heeft, maar in de openheid ligt tegelijkertijd de wanhoop besloten. Omdat veel mensen die hierover nadenken zich overgeven aan de angst van de wanhoop geven ze zich niet over aan de liefde waar ze zo naar hunkeren.

 


Categories: